
Uitvoeringswet EG-bewijsverordening
Artikel 8
1
Het aangezochte gerecht kan aan de deelname van partijen en hun vertegenwoordigers ingevolge artikel 11, derde lid, van de verordening en de deelname van vertegenwoordigers van het gerecht ingevolge artikel 12, vierde lid, van de verordening voorwaarden stellen die het uit het oogpunt van een goede procesorde nuttig of noodzakelijk acht.
2
De bevoegde autoriteit kan aan de rechtstreekse verrichting van een handeling tot het verkrijgen van bewijs ingevolge artikel 17, vierde lid, van de verordening voorwaarden stellen die zij uit het oogpunt van een goede procesorde nuttig of noodzakelijk acht.
3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.